02 januari 2026

De eerste dag na vakantie lijkt op de eerste dag na herstel

5 januari. De agenda springt weer aan. De wekker voelt net iets te vroeg, zelfs als je op tijd naar bed ging. Je trekt iets aan dat “werk” zegt, je pakt je tas, en ergens tussen voordeur en trein ontstaat die bekende mix: zin om te beginnen, en tegelijk een lichte spanning. Alsof je lichaam alvast vooruitloopt op alles wat er straks van je gevraagd wordt.

Iedereen kent dit gevoel na een vakantie. Je bent er even uit geweest. Je ritme is verschoven. Je hoofd heeft andere dingen gedaan. En dan stap je weer in: collega’s, systemen, verwachtingen, tempo.

Die eerste werkdag terug na vakantie is natuurlijk niet hetzelfde als de eerste werkdag terug na herstel van verslaving. Dat verschil is groot en dat moet je niet wegpoetsen. Vakantie is een pauze die je zelf kiest. Verslaving en herstel is een proces dat je niet kiest, maar wel besluit serieus te nemen. 

Toch gebruik ik die vergelijking graag als metafoor, omdat het iets openzet bij mensen die herstel vooral van buitenaf kennen. Er zijn namelijk opvallend veel raakvlakken in wat er onder de oppervlakte gebeurt.

1) Terugkomen is niet “aanzetten”

Na vakantie verwacht niemand dat je om 09:00 uur meteen op topsnelheid draait. Je moet weer landen. Je mailbox bijwerken. Je hoofd weer in de juiste mapjes krijgen. Je collega’s vragen hoe het was. Je zoekt je ritme terug.

Bij terugkeer na herstel gebeurt precies dat: landen. Alleen is het niet alleen de mailbox. Het is ook je zenuwstelsel. Je concentratie. Je vertrouwen in jezelf. Je plek in het team. Je eigen verhaal.

Mensen denken soms dat herstel vooral betekent: stoppen met gebruiken, en dan verder. In de praktijk is stoppen het begin. Daarna komt het echte werk: leren leven en werken zonder de oude uitweg. Dat vraagt tijd, net als na vakantie, maar met meer lagen.

2) Je merkt pas op dag één wat je gemist hebt

Op vakantie lijkt alles overzichtelijk. Je dagen zijn simpeler. Minder prikkels, minder schakelen. En dan, op die eerste werkdag, merk je ineens: o ja. Dít was het. De snelheid. De meetings. De onverwachte vragen. De kleine sociale momenten die energie kosten.

Herstel werkt vergelijkbaar. In een kliniek, in een programma, of in een periode van focus op herstel is er vaak structuur. Steun. Duidelijkheid. En dan komt de werkvloer: dynamisch, onvoorspelbaar, vol subtiele triggers.

Triggers zijn niet altijd dramatisch. Soms zijn ze banaal: stress, honger, haast, een conflict dat blijft hangen, een compliment dat je niet kunt ontvangen, een vrijdagmiddagborrel waar iedereen “gewoon even” meedoet. Het zijn precies die kleine dingen die op dag één weer zichtbaar worden.

3) De sociale herstart: ‘Hoe was het?’

Na vakantie is het een gebruikelijk ritueel. “Hoe was het?” Je vertelt iets over zon, bergen, familie, een boek. Klaar.

Na herstel is die vraag beladen, ook als niemand het zo bedoelt. Want wat vertel je wel, wat vertel je niet? Hoe blijf je professioneel en eerlijk zonder jezelf uit te leveren? Hoe voorkom je dat je óf gaat liegen, óf alles op tafel legt?

Ik heb mensen begeleid die hier dagen van tevoren wakker van lagen.

Wat helpt, is het besef dat je niet verplicht bent om je hele binnenwereld te delen om toch oprecht te zijn. Je mag kiezen voor een verhaal dat klopt en past bij de context. Herstel vraagt volwassen communicatie: helder, begrensd, zonder toneel.

4) Je energie is anders verdeeld

Na vakantie is je batterij soms vol, maar je “werkspieren” zijn even lui geworden. Je merkt het aan je focus. Aan je geduld. Aan hoe snel je afgeleid kan raken.

Bij herstel is energie een strategisch onderwerp. Herstel vraagt veel: slapen, eten, afspraken, reflectie, therapie, meetings in de avond. En ondertussen wil je ook gewoon goed werk leveren.

Re-integratie lukt het best als je energie niet wordt opgegeten door stoer doen. Het is geen wedstrijd. Het is opbouw. Net als na een blessure: je begint met wat haalbaar is, je herstelt, je vergroot je draagkracht.

5) De eerste dag is vooral: ritme terugvinden

De grootste winst op de eerste dag na vakantie is zelden dat je alles afkrijgt. De winst is dat je weer in de flow komt. Dat je je plek terug voelt. Dat je weer weet hoe je je dag indeelt.

Bij herstel is dat precies zo. De eerste werkdag hoeft niet perfect. Hij moet veilig en stabiel zijn. Een dag waarop je thuiskomt en denkt: ik ben gebleven. Ik heb mijn grenzen gevoeld. Ik heb hulp gevraagd waar nodig. Ik heb mijn herstel niet ingeruild voor prestaties.

Dat klinkt misschien klein, maar het is groot. Dit is waar duurzaam herstel en duurzaam werk elkaar raken: niet in heroïsche momenten, maar in herhaalbare dagen.

6) Het verschil dat je niet mag vergeten

En dan het belangrijke verschil. Vakantie is ontspanning. Herstel is vaak ook rouw: om tijd, om relaties, om kansen, om gezondheid. Herstel is ook schaamte die je opnieuw moet leren dragen zonder dat hij je stuurt. Het is opnieuw vertrouwen opbouwen: bij jezelf, bij anderen, soms bij een werkgever.

Daarom gaat de metafoor maar tot op zekere hoogte op. Wie herstel reduceert tot “even eruit geweest” mist de kern.

Maar wie de overeenkomsten wél ziet, snapt iets essentieels: terugkomen vraagt 'er weer in komen', geduld en realistische verwachtingen. Dat geldt voor iedereen. En dus zeker voor iemand die terugkomt na een periode waarin hij of zij heeft gevochten voor nuchterheid, stabiliteit en een nieuw fundament.